Verslag 13e
Singlehanded 1988 (door Dick Meppelink)
Dit jaar deden er 12 deelnemers
mee aan de solo zeiltocht, zoals die door initiatiefnemer Reid in 1973 voor de
eerst keer werd georganiseerd.
Vorige keer heb ik als deelnemer
gezegd na afloop van de tocht dit was eens maar nooit weer.
Door dit jaar niet mee te
zeilen maar achter de schermen de zaak wat te organiseren heb ik pas na
binnenkomst van de deelnemers beseft wat eigenlijk het mooie is van zo’n lange
solozeiltocht.
Na het volbrengen van de
tocht ontlaadde de spanning zich in een uitvoerig bijpraten over en bijtanken
van de meegemaakte belevenissen.
Fantastische verhalen komen
dan op tafel met een enthousiasme en een overtuiging dat je er zelf als niet deelnemer van begint te gloeien.
Zoals Cor Termaat die op 10
meter van de startlijn pech kreeg doordat het mechanisme van morsebedieneing
afbrak.Door overal te zoeken en te informeren slaagde hij erin om alsnog een
nieuwe morsehandel op de kop te tikkenen uiteindelijk kon hij dan om
middernacht alsnog starten met een achterstand van 10 uur op de overige
deelnemers.
Toch slaagde hij erin om met
zijn Gibsea 37 precies op tijd binnen te zijn.
Ook Herman Ruselen in de
Witte Raaf zeilde een fantastische tocht. Hij zeilde en een Cornish Crabber
zonder stuurautomaat e.d. en was als een van de eersten weer binnen.
Hij was ook de enige die na
binnenkomst meteen ging slapen omdat hij gewoon op het laatste stuk allemaal
“Mannetjes met lampen” in het water had zien staan.
Op Terschelling legde hij
gewoon zijn boot even “droog” om verder naar de Brandaris te lopen om daar zijn
meldbrief af te laten stempelen. Om in conditie te blijven gebruikte hij niet
de lift in de vuurtoren maar beklom hij de toren via de trap.
Jammer was dat het merendeel
van de deelnemers niet méér konden halen uit het bezoek aan de Brandaris.
Het was nogal bewolkt en
daardoor kon men niet het gehele eiland bewonderen.
De opdracht was om zich te
laten informeren over de automatisering en sanering in de vuurtoren c.q het
kustwachtgebeuren en daar verslag van te doen. Een aantal vuurtorens wordt
geautomatiseerd dat wil zeggen dat ze verder onbemand blijven, en dat een
aantal vuurtorenwachters zullen moeten afvloeien.
Nu moet men beslist niet
denken dat de vuurtorenwachters net als vroeger alleen maar staan te kijken of
er gevaar is en daarna de hulp inroepen van de reddingsboot.
Met name de Brandaris is
gewoon een duizendpoot die helpt op alle fronten.
Zo kan het voorkomen dat de
Brandaris kijkt of de luchtmacht kan beginnen met schietoefeningnen op de
Vliehors terwijl er een begrafenis is. Men tracht n.l. te voorkomen dat een
spreker op een begrafenis het spreken door militaire vliegtuigen onmogelijk
wordt gemaakt.
Op dit moment ljijkt het
erop dat het gehele kustwachtgebeuren tussen Den Helder en de grens wordt
geconcentreerd op de Brandaris. Hiervoor wordt de apperatuur op de toren
aangepast.
Verder kan de Brandaris de
hulp inroepen van vaartuigen van Rijkswaterstaat vaarvan constand de positie
bekend is. (Het l;ijkt me zeer zinvol hier eens een artikel aan te wijden)
Het traject Oudeschild
–Terschelling of omgekeerd mocht naar keuze worden gevaren over de Noordzee of
over het wad via het Scheurrak. Een 5-tal deelnemers nam de Route over de
Noordzee wat bij een oostelijke wind een fantastische trip was. (Aflandige wind
en vlakke zee)
Totaal 17 deelnemers aan de
start.
De winnaar van 1988 was
Henny van Ootmarsum met de Pionier.
Uitvallers: Witte Raaf 9 (Herman Ruseler) moest voor
zaken de tocht onderbreken
Albatros (Eddie Doolan) kwam voor dichte sluis
Kornwerd
Dreamer (Zeeuw van der Laan) tijdgebrek
Streven (M de Jonge) tijdgebrek
On-Y-Va (Hans Rademaker) tijdgebrek