Verslag singlehanded 19-23 oktober 2002
Weerbericht afgegeven door het KNMI zaterdag 19 oktober
12.00 uur;
Zaterdag
west tot noordwest, zondag en maandag krimpend zuidoost, de dagen daarna
ruimend west.
Nog
voordat ik precies wist wat de vaaropdracht zou inhouden, besloot ik met de
noorderwinden eerst de zuidelijke haven(s) aan te doen, met de zuidelijk winden
naar het noorden af te zakken en met de westenwinden weer terug te zeilen naar
Lelystad.
Na het
uitreiken van de vaaropdracht besloot ik het rondje te zeilen naar Pampus, via
Krabbergat sluis naar Medemblik, via Den Oever naar Oudeschild, met HW bij de Noorderhaaks buitenom naar
Vlieland, met HW door Schuitengat naar
Terschelling, met LW ankeren bij de NM 17, terug naar de Vliestroom, met
stroom mee naar Kornwerderzand en via
Lemmer naar de finish in Lelystad.
In
totaal 230 nm, met gemiddeld 5 knopen per uur zo’n 46 uur zeilen, 4 x 1 uur
erbij voor de 4 sluizen, dus na 50 varen zou ik terug moeten kunnen zijn in
Lelystad. In theorie zou ik veel stroom mee kunnen hebben, alleen van en naar
de NM 17 stroom tegen.
Zaterdag
19 oktober
Om ca.
14.15 geschut door de Houtrib sluis. In de kolk met slechts 4 of 5 mede solo zeilers, het gros van de 32
deelnemers koos dus voor eerst de noordelijk route, hadden zij een ander
weerbericht gehoord? Met een stevige
zuidwester wind (5bf) richting Pampus. De eerste mijl alleen op de High Aspect
gezeild. Ik had een uur nodig om het grootzeil te hijsen. Wat een gedoe is dat
toch: in de kuip aan de vallen trekken en het eindeloze blijven haken van het
voorlijk achter allerlei obstakels in en rond de mastgoot en dat in je eentje,
zeker 10 keer op en neer gelopen. Problemen waar je pas mee geconfronteerd
wordt als je alleen zeilt. In de loop van de tocht werd ik steeds handiger, een
extra katrolletje hier en T-rap daar, dat scheelt.
‘s Middags 3 uur lichte windshift naar west. Net genoeg om Pampus te bezeilen. Met deze shift kwamen een aantal flinke buien mee. In de laatste en stevigste bui een piek van 8 bf. Typisch herfstweer: sterk veranderlijk weer, spectaculaire wolkpartijen de zon die soms doorbreekt, bijna geen bootjes op het water. Toch wel erg mooi. Four seasons in a day, zoals ze zeggen in Schotland. En dat ik dan twee keer voor niets heb ontreeft moet ik maar op de koop toe nemen. Dat kan ik alleen mezelf kwalijk nemen. Pampus linksom ‘genomen’, in de luwte van het eiland gegijpt. Met halve wind 2/3 bf richting Enkhuizen. Prachtige avond, fris, kraakhelder, een bijna volle maan en stabiel weer.
Overnachting in Broekerhaven. Lokale bekendheid speelt een belangrijke rol in de keuze waar te overnachten. Vooral als je de motor niet wil, kan of mag motor gebruiken. Broekerhaven ken ik een beetje en ik wist dat vlak na de havenhoofden een aanlegmogelijk aanwezig is. Toch nog zo’n 6 seconden motorgebruik nodig gehad om aan de kade te komen. De volgende dag ontdekte ik een betere aanlegmogelijkheid voor de Krabbergatsluizen.
Broekerhaven heeft een aardige haven, eenvoudig en klein. Het tegenovergestelde van de overal uit de grond gestampte marina’s. Wel is de dichts bijzijnde brievenbus een half uur lopen.
Zondag 20 oktober
Om 07.45 vertrek uit de haven. Zuidwest 2/3. Op de genua de haven uitgezeild naar de Krabbergatsluizen. Nadat ik de havenhoofden gepasseerd was startte ik de motor. Pas toen ik aan de remmingwerken voor de sluis lag realiseerde ik mijn vergissing. Ik mocht de motor natuurlijk wel gebruiken maar dat gaat wel ten kosten van de paar minuten die je hebt. En ik had nog wel op mijn dooie gemak naar de sluis had kunnen zeilen. Zonde.
Na de sluis hetzelfde ritueel als de vorige dag in Lelystad, een minuten lang durend gevecht om het grootzeil om hoog te krijgen. Onder vol tuig naar Medenblik gezeild. Eenvoudig zonder motorgebruik de nieuwe marina binnengezeild. Van de havenmeester kreeg ik een biertje aangeboden, dat biedt hij iedereen aan die op de zeilen de haven aan doet. Jammer genoeg was het pas 11.00 uur in de ochtend……
Wat ik aanvankelijk als onhandig had bestempeld, het op de zeilen de haven in en uit te gaan, daar begon ik al lol in te krijgen. En deden we vroeger ook eigenlijk niets anders? De zeilvakanties met gehuurde valken in Friesland deden we toch ook altijd zonder motor?
Onder spinnaker naar de Simon Stevin sluis. Onderwijl stroomgedraaid, na circa een half uur geen diesel meer. Reserve diesel getankt en in een record tijd de motor ontlucht. Weer een half uur later plotseling een nog nooit eerder gehoord ‘hol’ geluid en bovendien kwam er geen koelwater meer uit de uitlaat. Alles wees op een defecte impellor, en mijn reserve exemplaar zat sinds vorig jaar in de motor. Ik vervloekte mezelf wegens het niet tijdig aanschaffen van een nieuw exemplaar.
Alle stroomverbuikers uitgeschakeld, ook de autopilot, op de hand verder gestuurd. Op de zeilen aangelegd voor de sluis, veel motorminuten kon ik nu iig niet meer maken. Door de sluis en de brug gesleept door een Duitse Lemsteraak (dat blijft toch een vreemd gezicht, Duitsers op een van de hoogtepunten uit de Nederlandse scheepsarchitectuur, dat is zoiets als een Nederlander die de flamingo danst.)
Erg verbaasde gezichten toen ik hun verzocht de sleep los te gooien nog voordat ik de korte remmingwerken gepasseerd was. Met weinig wind over een prachtig wad naar Texel. Ca. 17.00 uur aankomst Oude Schild.
Alhoewel ik van plan was na Oude Schild buitenom naar Vlieland te zeilen veranderde ik mijn plan. Het past natuurlijk goed in de geest van de singlehanded zonder motor verder te gaan, maar om alles zonder stroom en dus piloot te doen zag ik met nog zo’n 30 uur zeilen voor de boeg niet zitten. Dus uitgeweken naar Harlingen. Ik heb daar de grootste kans de motor te repareren. Hoeveel mijl is dat omvaren zijn? 20 nm? Bovendien liet ik een geweldige kans liggen om met wind en stroom mee naar Vlieland te zeilen.
Gelaveerd naar Harlingen. Een hoop gedoe: smal vaarwater, pikkedonker, sporadisch een verlichte ton, onderwijl navigeren, opletten etc. Ondertuigd gezeild. High Aspect en 1 rifje, gezien de windkracht niet noodzakelijk maar wel zo handelbaar. Gebroken en doodmoe aankomst in Harlingen om 22.00 uur.
Op de zeilen aangelegd langszij een sleper. Officieel niet toegestaan maar de havendienst gaf toestemming nadat ik ze vertelde dat mijn motor het niet meer deed. Mits ik maar aan boord bleef. De sleper was voor hulpverlening 24 uur per dag standby maar de laatste 3 weken niet uit gevaren. Ik was toe aan een welverdiende nachtrust. Ik heb nog getracht een vaarplan voor de volgende dag te maken. Wat doe ik het geval dat ik de motor gerepareerd krijg? Waar ga eerst naar toe, Vlieland, eerst ankeren, Terschelling? Ik was te moe om nog helder te kunnen denken, het leek of alles een slecht idee was, altijd veel stroom of wind tegen. Ik besloot wat te doen maar uit te stellen tot de volgende dag.
Maandag 21 oktober
Natuurlijk moest de sleper zo nodig ‘s ochtend om 5 uur vertrekken. De motor gestart en schip verplaatst naar een naburig charterschip. Die paar minuten motortijd durfde ik nog wel aan. Die paar minuten……goed en wel aangemeerd realiseerde ik me dat deze natuurlijk wel ten koste gingen van mijn totale motortijd. Wederom op knullige wijze kostbare minuten verspeelt. ’s Ochtends ben ik ook zeker niet op mijn best.
Na het opnieuw opstaan gezocht naar de oorzaak van het koel probleem. Wierpot niet verstopt, alle leidingen lijken in orde, V-snaar ook. De impellor kon ik niet controleren, daar heb je een speciaal gevormd sleuteltje voor nodig. Die had ik niet aan boord maar dat zal me niet nog een keer overkomen.
Vreemd genoeg kwam er nu wel een beetje koelwater uit de uitlaat, minder dan normaal maar beter dan niets, toch maar besloten om door te zeilen.
Ca. 10.00 uur vertrek. Slecht voorbereidde actie. Ik had door de motorperikelen natuurlijk ook haast. In de haven waait het nooit zo hard, eenmaal buiten bleek er een stevige oost 6 te staan. Pal voor de wind langs de Pollendam. Het was onmogelijk de piloot het werk te laten doen. Op de rollers van achteren moet je anticiperen niet reageren, wie ontwerpt er eens een piloot die dat kan. Toen de wind wat ging liggen besloot ik het er toch op te wagen, de autopilot erop en snel naar binnen om sigaretten, handschoenen en iets wat lijkt op een ontbijt te bemachtigen.
De wind mag dan wel even luwen, golven gaan gewoon door. Met veel geweld liep het schip uit het roer en werd ik met ca. 8 knots op de Pollendam gezet. Ik voelde de kiel over veel hele grote keien gezet worden. Door de hoge snelheid steeds de neus onder water duwend. Kut piloot je bent een zegen en een vloek.
Dan maar geen sigaretten, handsschoenen of eten. Terug in de geul klokte ik wel regelmatig topsnelheden. 8 a 9 knopen door het water begon al normaal te worden. Planeren lukte zelfs, weliswaar geholpen door de hekgolf van een langzaam oplopende kotter, maar het log schoot stond minutenlang rond de 11 knots, voor mij een record. Het ging me zelfs te hard, met de nog draaiende motor in de achteruit liet ik de hekgolf onder me doorglijden. Hoogtepunten en dieptepunten in slechts enkele minuten.
Doorgezeild naar de NM 17, veel stroom tegen en slecht zicht. De fragiele nauwelijks zichtbare tonnen van de Zuid-Meep allemaal in de GPS ingevoerd, van way-point naar way-point. Bij de NM-17 geankerd samen met twee collega singlehanders. Zij konden mij vertellen dat er nog maar een paar andere singlehanders in de strijd waren.
Via de Noord-Meep en de Slenk naar Terschelling. Aankomst ca 18.00 uur. Om 22.00 uur zou het hoogwater zijn. Ik besloot dan door het Schuitengat te zeilen naar Vlieland. Dat scheelt heel wat uurtjes stroom tegen en om varen. Het Schuitengat is niet verlicht. Met een lokale watersporter, toevallig bezig in de verder uitgestorven haven, overlegde ik de mogelijkheid alle tonnen van het Schuitengat als way point in te voeren en zodoende mijn weg te kunnen vinden. Hij voorzag geen problemen, behalve dan dat het een erg koude en natte tocht zou worden. Zo gezegd zo gedaan. Volgens berekening zou er 21.00 uur genoeg water moeten staan om een doorvaart met 1,80 meter diepgang te wagen. Drie keer slikken voordat ik de moed had de trossen los te gooien. Het was een stikdonkere nachten, behoorlijke wind en de regen stroomde met bakken uit de hemel. Een normaal mens gaat nu niet uitvaren. Veel vroeger dan gepland arriveerde ik aan het begin van het Schuitengat. De GPS gaf een richting aan waarvan ik zeker was dat de werkelijke koers 90 graden de andere kant op was. Zo goed en kwaad als dat ging controleerde ik de ingevoerde coordinaten van de tonnen. Niet alleen de eerste ton was volgens de GPS een andere kant op, ook de daarop volgende. Wie was er fout. Ik besloot de GPS niet te vertrouwen. De volgende ochtend had ik met licht weer een volgende kans nietwaar?
Terug gekomen in de haven van Terschelling legde ik aan naast een collega singlehanders die net daarvoor had besloten de brui er aan te geven. Net teveel biertjes met hem gedronken. Wat een andere sfeer; ik nog in de race, hij niet. Bij mij alles kletsnat, bij hem warm en droog. Hij lekker uitslapen, ik moest vroeg op. Voor het eerst overwoog ik overgave.
De volgende ochtend om 07.00 uur opgestaan. Kop uit het luik gestoken zeer slecht zicht, volgens de Brandaris minder dan een halve mijl. Binnen een uur was dat verslechterd tot ca. 100 meter. De mannen van de Brandaris hadden hun handen vol aan het loodsen van de schepen via de radar.
Pas om 11.00 uur stak de wind op en waardoor de mist vlot weggeblazen werd. Voor mij was het te laat om nog door het Schuitengat te gaan. Toch vertrokken maar zonder al teveel hoop. Ik moest nog naar Vleiland en Lemmer voordat ik kon finishen in Lelystad. Naar Vlieland zou ik veel stroom tegen hebben en omdat ik zo laat was ook het grootste gedeelte naar het IJsselmeer. In het gunstigste geval zou ik diezelfde avond in Kornwerderzand aankomen. De volgende dag was er zuidoost 7/8 voorspelt. Pal tegen.
Mijn moreel knakte of was al geknakt. Ik haakte af. Was het de niet goed werkende motor (ik was en ben van mening dat je blindelings op je materiaal moet kunnen vertrouwen), was het de tegenvaller van de twee mislukte pogingen door het Schuitengat te varen, was het de warme en droge boot van mijn collega singelhanded zeiler van de avond ervoor?
Ik pakte mijn mobiletelefoon en belde de organisator Henry Steneker om mijn opgave bekend te maken. Met mijn afhaken waren er nog maar 5 singelhanders in de race.
Motor gestart, een kwartiertje later enorme witte rookwolken. Het kleine beetje water (en dus koeling) wat voordien nog de uitlaat verliet was daarmee definitief tot een einde gekomen.
Onder zeil terug naar de haven van Terschelling, voor de derde keer in iets meer dan een halve dag.
Uiteindelijk zijn 4 schepen reglementair gefinished. Op mijn vraag of het ooit eerder zo’n slagveld was geweest antwoordde Henry Steneker: ‘Oh ja hoor, er zitten heel wat jaren tussen dat geen enkele boot de finish wist te halen’.
Uiteindelijk reglementair 160 nm gevaren in 30 uur.
Volgende jaar weer? Enthousiast geworden? Ik in ieder geval wel!
Pieter Aartsen