Touch of Wind

Single Handed 2002

 

 

Verslag

 

Zaterdag 19-10-2002: Lelystad-Stavoren

De Single Handed begint fantastisch dit jaar. Het zonnetje schijnt tussen de wolken door en er staat een mooi windje. Tot de kop van het Enkhuizerzand gaat het dan ook als een speer met een bakstagwindje.

Maar dan begint de ellende. De wind draait bijna 60” en er komt een bui, dan nog een en weer een, maar nu ook met heel, heel veel wind erin. Het kost mij zo’n twintig minuten om dubbel te reven en als het spul weer staat is de wind weg en begin ik maar weer uit te reven in de omgekeerde volgorde.

De wind die er was in het eerste uur van de tocht is compleet weg en het wordt dobberen waarbij de vier knopen niet meer worden gehaald. Het beetje wind wat er is komt ook nog eens van alle kanten.

De luchten zijn wel heel mooi met schitterende wolkenformaties en regelmatig een regenboog.

Een prachtig gezicht als de zon ondergaat en even later als de maan opkomt. Het wordt heel wat minder als ik een diepzwarte onweersbui op me af zie komen compleet met flitslicht en donder. Gelukkig gaat ‘ie net vóórlangs. Ik heb wel te doen met de andere deelnemers die eerst Lemmer hebben aangedaan en deze bui volgens mij recht over zich heen gaan krijgen.. In deze bui zit veel wind. Ik kan er maar even van profiteren. Zodra de bui voorbij is wordt het windstil en kom ik nog met 0,7 tot 1,1 knoop vooruit. Medemblik en Makkum zijn niet meer bezeild. Op iets minder dan drie mijl van de provinciehaven van Stavoren besluit ik in arren moede maar dáárheen te gaan om te overnachten. Zo voort blijven kruipen brengt ook niets. Vijf kwartier later meer ik, tussen twee andere schepen, af in Stavoren met 4 motorsekonden om af te remmen. Ik mis gelukkig net de volgende onweersbui.

Nu lekker eten, Winny bellen, koffie, brief aan de organisatie op de post en slapen.

Ik heb nog nooit zo weinig mijlen afgelegd op de eerste dag van de Single Handed. Morgen ga ik vanwege het tij op het Wad vroeg op pad. Het zal wel een hele lange dag worden, ben ik bang.

Trip: 27,4 mijl

 

Zondag 20-10-2002: Stavoren-Terschelling

Mijn berekeningen waren zo goed! Om zes uur op weg, om negen uur door de sluis van Kornwerd en met stroom mee naar de Meep, ankeren, stempelen op Terschelling en overnachten op Vlieland.

Stipt op tijd vertrek ik met een lekker windje en nagenoeg geen motortijd. Na korte tijd valt echter de wind weer steeds verder terug en verlies ik daarmee de eerste drie kwartier ten opzichte van mijn schema. Ook op het Wad is de wind niet veel beter. In de Boontjes kom ik één keer aan 4,5 knoop door het water. Langs de Pollendam en in de Blauwe Slenk gaat het beter en is het heerlijk zeilen. Eindelijk weer eens boven de zes knopen. In de Vliestroom gaat het weer mis. Zeker drie kwartier staat het log op 0,00 en verplaats ik mij alleen maar door de stroom. Heel vervelend want de schepen van de Harlingen Terschellingrace gaan in kolonne dwars op mijn stroomrichting. Ze wijken geen millimeter ondanks mijn klapperende zeilen. Twee keer moet ik de motor aanzetten om uit te wijken. Eén keer in de goede richting en één keer terug. Beroepsvaart en schepen langer dan 20 meter mogen dan voorrang hebben; op deze manier blijven het gewoon etters in mijn optiek(scheepsnamen zijn Averechts –what’s in a name- en Zephyr).

Ik sukkel met halfwinder, tegen de stroom in, de Meep in met een snelheid tussen 0,2 en 1,7 knopen over de grond. Voor anker gaan is een optie maar ik ben nog niet in het aangegeven kwadrant. Uiteindelijk gooi ik in de buurt van wat vroeger de NOM17 heette het anker overboord. Het water is als een spiegel zo glad. Een uur later het anker weer omhoog; dat gaat snel als je maar weinig ketting hebt gestoken, dat was vorig jaar wel anders.

Om 17.42 uur ga ik aan de zuidkant van de boei langs. Om 18.36 uur ( na 44 minuten!!!) lukt het me eindelijk de oostkant van de boei echt te ronden tegen de stroom in. Zo weinig wind staat er!

Als deelnemer aan de kampioenschappen achteruitzeilen en pas op de plaats maak ik een goeie kans op de eerste prijs. Langzaam gaat het steeds een beetje beter met de wind. In mijn “overmoed” steek ik echter iets te veel af en loop aan de grond. Alweer motorsekonden. Dit schiet zo niet op. Voordat ik de Slenk in ga, strijk ik het grootzeil om niet te veel vaart te maken. Mijn nachtzicht is niet super dus rustig aan op de fok. Toch weet ik nog een ton te raken met ca 3,5 knoop. Jezus, wat een klap geeft dat! Als aandenken zit er een rooie streep op de romp( nu nog een groene aan de andere kant en iedereen denkt dat het zo hoort).

Even voor 23.00 uur lig ik afgemeerd in de jachthaven van West-Terschelling. Ik loop naar het hotel voor een stempel. De receptie is gesloten. De kok, met veel autoriteit volgens mij, wil wel een handtekening zetten.

In 17 uur slechts 50 mijl gevaren. Bedroevend weinig, zelfs al mogen we van Henry 6 uur langer over de tocht doen.

Trip: 50,11 mijl

 

Maandag 21-10-2002: Terschelling-Makkum

Na heel lang dubben wat te doen besluit ik de tocht af te breken gezien de weerberichten voor vandaag en die van de komende dagen en ga samen met Rob van de Hydra op de motor naar Makkum.

Vanaf de Slenk tot in de Blauwe Slenk is het nog heerlijk zeilen op de genua. In de Blauwe Slenk zelf zit het potdicht van de mist en gaat het later nog regenen. Het is koud en onaangenaam. Eenmaal afgemeerd in Makkum drinken we een biertje, een beerenburg en gaan samen vervolgens lekker uit eten. We hebben beiden duidelijk de pest in dat de door de “weerexperts” beloofde wind er nog steeds niet is. Als je alles van tevoren weet ga je wel  buitenom naar Texel. Aan de ander kant is het ook zo dat als je de beloofde ZW 7 wel krijgt, je het zeker niet naar je zin hebt in het Schulpengat. Binnendoor was overigens geen optie. Diepgang en windrichting bieden geen mogelijkheden voor het Scheurrak.

Trip: 34,4 mijl

 

Dinsdag 22-10-2002: Makkum-Medemblik

Om half twaalf vaar ik weg onder gereefde zeilen. De genua rol ik steeds verder uit en maak een paar slagen naar het zuiden om op een bezeilde koers hoog aan de wind richting Medemblik te komen.

Ongeveer een mijl ten westen van de rood/witte boei bij Hindeloopen hoor ik een klap en hangt de genua slap. Gebroken voorstag(blijkt later de topterminal te zijn). Ik gooi de schoten los en ga meteen vóór de wind.

Ik zet twee vallen naar de voetrail op de boeg en probeer de genua af te rollen om het zeil te kunnen strijken. Dat lukt niet, netzomin als oprollen.

Dan maar rondjes draaien op de motor om op die manier de genua rond het profiel ( en de twee extra vallen) te draaien. De genua slaat als een gek in het rond en ik bevestig zo goed en kwaad als ik kan de schoten op een kikker op het voordek. Dat helpt een beetje tegen het slaan en uiteindelijk na heel veel rondjes is de genua opgerold. Wel zijn de boeglichten verbogen en verlies ik de pikhaak die standaard aan de railing hangt. Het zij zo, in elk geval staat de mast nog. Als alles gedaan is wat gedaan moet worden bel ik Winny om haar het slechte (gebroken stag) en goede (mast staat nog) nieuws te vertellen en ga voorzichtig op de motor verder richting thuishaven Medemblik. In de haven  -uit de wind en op de hand- ontrol ik de genua en laat het voorstagprofiel zakken met hulp van Peter van de Beagle.

Schade: Voorstagprofiel kapot, topterminal is gebroken, boeglichten scheef, toplicht er helemaal af, pikhaak kwijt en naar later blijkt een zaling kapot.

De genua zelf is onbeschadigd ondanks het geknikte profiel.

De dag erop de mast eraf laten hijsen en de mast in de loods van de tuiger gebracht.

Trip: 27,2 mijl

 

Naschrift: Achteraf kijk ik toch wel anders tegen de foute weerberichten aan die ik op Terschelling kreeg te horen. Als ze conform de werkelijkheid van die dag waren geweest had ik in Vlieland gestempeld en was buitenom naar Texel gegaan. In zeiltijd gemeten had de breuk dan op zee plaatsgevonden. Ik denk dat het dan een stuk moeilijker zou zijn geweest om de schade zo “beperkt” te houden.

 

Rens Borsboom

28-10-2002