Singlehanded 20-24 oktober 2007

Bas Bijker met de “David Dale”

 

Gevaren tijd: 49 uur 50 minuten 27 seconden

Zeiltijd: 45 uur 12 minuten

Rusttijd: 4 uur 24 minuten

Motortijd: 14 minuten en 27 seconden

Afstand: ca. 220 mijl

 

Vrijdag 19 Oktober Enkhuizen – Lelystad

 

Nadat ik de laatste boodschappen heb gedaan en de boot helemaal klaar gemaakt, vertrek ik om 16:45 vanuit Enkhuizen naar Lelystad. “Klaar” voor mijn eerste Singlehanded. De verhalen, boeken en beelden van solozeilers hebben al langer mijn interesse gewekt in het fenomeen solozeilen. Ik heb natuurlijk eerder alleen gezeild, maar nog nooit een meerdaagse tocht. Ik kan dus stellen dat dit mijn eerste echte solotocht wordt, waarin diverse primeurs zitten: solo op de Waddenzee, solo s’nachts op de Waddenzee, ankeren op de Waddenzee en zeilend aanleggen in havens. Daarbij komt dat ik niet eerder zo laat in het jaar nog meerdere dagen met de boot ben weggeweest. Hoe koud zal het worden?

Na een lekkere tocht langs het Enkhuizerzand kom ik om ongeveer 19:15  in Lelystad aan. Er liggen al diverse deelnemers in de haven. Ik meer af langszij bij de Bubbels, de boot van Jeroen. Hij doet ook voor de eerste keer mee en lijkt ook wat onzeker over wat  te verwachten. Vreemd maar dat lucht op, ik ben niet het enige groentje. Even laten komt Paul Olsthoorn, met zijn Labberlot langszij. Het is even stoeien met de zware Bekebrede Kotter, maar dan ligt hij. We maken even kort een praatje. Paul doet al 12 jaar mee, maar heeft hem 1 (of 2 keer) helemaal rond kunnen varen. Dat komt natuurlijk voor een groot deel door de aan de windse eigenschappen van zijn boot, maar toch geeft het voor mij weer aan, (in aanvulling op de verslagen die ik heb gelezen), dat de tocht geen “eitje” zal worden. Paul blijft aan boord en gaat onderdeks eten koken. Ik heb geen zin meer om te koken en eet dus een broodje. Na nog wat te hebben opgeruimd besluit ik even binnen te gaan kijken. Misschien kan ik nog wat horen van de ervaren rotten. Intussen komt er een lekkere briketten geur van de Labberlot. Paul zit heerlijk bij zijn open haard te genieten van een warm maaltijd aan de ene kant, Jeroen ligt in het donker, zonder kachel (en warme maaltijd) aan de andere kant. Wat een verschil. Ik ben blij dat ik een kachel aan boord heb!! Ik ga aan wal. Binnen in een donker hoekje zitten de “collega’s” ontspannen met elkaar te babbelen over de ervaringen van voorgaande jaren, het afgelopen zeilseizoen, nieuwe boten, zeilen, etc.. Ik bestel een biertje en ga integreren. Dat lukt direct en ik raak aan de praat met Jaap Wientjes. Hij heeft ook al meerdere keren meegedaan. Maar voorheen altijd met een multihull gevaren. Dit jaar, zo vertelt hij vol trots heeft hij een Dufour Arpege gekocht. Een schitterende boot, maar het IJsselmeer is twee keer zo groot geworden. Dat kan ik me voorstellen. Even later schuift Gerrit Mensink aan. Ook hij is een oude rot. Hij zeilt met een Malzwin. Ik meld me nog even bij Henri en dan ga ik naar de boot. Het lijkt mij verstandig om nog een laatste keer goed te slapen. Met mijn hoofd vol gedachten over hoe het zal worden val ik in slaap.

 

Zaterdag 20 oktober  Lelystad – Kornwerderzand

 

‘s-Ochtends word ik wakker. Brrr het is koud in de boot. Ik ontbijt wat en ga douchen. Wauw, wat een lekkere douches hebben ze daar. Een hokje van nog geen vierkante meter met een verwarming erin. En een keiharde, hete straal water, die me bijna in het putje spoelt. Oef, hier ga ik vast nog aan terugdenken in de komende dagen. Terug op de boot praat ik wat met Jeroen. Hij heeft een systeem bedacht voor het strijken van zijn voorzeil. Een dun touwtje vastgemaakt aan de val dat door de leuvers en helemaal naar achteren loopt. Dat lijkt mij inderdaad erg handig bij het zeilend aanleggen en ook om wat te doen te hebben besluit ik dat nog even te regelen. Verder is het wachten, (aaargghh) tot het palaver en het vertrek. Dan komen mijn ouders en mijn vriendin om erwtensoep te eten (en mij uit te zwaaien.) Ik ben echter zo bezig met het vertrek dat ik niet echt aandacht voor hen heb. Eindelijk is het zover, het palaver. Misschien krijg ik wat meer duidelijkheid. Hoe zit het nou met die motorseconden, zeilen in vaargeulen, etc.. Tijdens het palaver wordt ook de Brijlepel 2006 uitgereikt aan Eelco, die hem vorig jaar met de Troch heeft uitgezeild en gewonnen. Eelco en ik “kennen” elkaar van de Ankerbol 2007, waar wij niet bepaald op chique wijze kennis hebben gemaakt. Eelco nogmaals sorry voor mijn reactie in het heetst van de strijd en ik heb veel respect voor je prestatie in de vorige Singlehanded!!

Na het palaver heerlijke erwtensoep en dan aan boord. Afscheid van pa, ma en Kirsti en eindelijk alleen aan boord, klaar om af te varen. Langs de steiger voor de enveloppe, zeil omhoog, een flinke aanloop met de motor en we’re off. Ahum….nadat de vaart van de motor uit de boot is, lig ik nagenoeg stil. Net als de rest. Toch blijft de David Dale (spreek uit David Deel, niet Daale) net iets meer vaart houden en ik loop wat naar voren in het veld. Onder de dijk lijkt wat meer “wind” te staan en ik ga overstag. Dat blijkt geen slechte keuze. De Avontuur, de Uitvreter en de Nicky Deux doen hetzelfde. Het blijft enorm zoeken naar vlaagjes. Ik denk na over wat ik zal doen. Het kan toch niet zo zijn dat dit de hele dag gaat duren? Er zal toch wel een beetje wind komen. Ik besluit in elk geval te proberen Stavoren te halen. Het idee overvalt mij dat als dat niet lukt voor 06:00 uur, het wel eens direct afgelopen kan zijn.

Mijn uitzwaaiers bellen nog even, ze staan op de dijk Enkhuizen/Lelystad. Het wachten op Urk hadden ze maar opgegeven. Heel in de verte zie ik aan de schittering van het autodak waar ze staan. Ik voel me plots erg eenzaam. Wat me verbaasd is de enorme stilte. Ik hoor helemaal niets, behalve een lichte suis in m’n oren en af en toe een tikje van de schoot.  Inmiddels is het al flink afgekoeld en dobber ik nog rond onder de rook van Lelystad. Pfffft, al 5 uur onderweg en nog geen moer opgeschoten. Een flink deel van de deelnemers is volgens mij naar Urk gegaan. Nou ja als ik Stavoren maar haal. In de verte ligt Enkhuizen. De verleiding: lekker in de eigen, warme box en even naar Cafe ’t Ankertje….. 

Dan tussen 20:00 en 21:00 gebeurd het. De wind neemt langzaam een beetje toe en er kan van varen worden gesproken. Joepie, dit is gaaf. Vaart in de boot, maan erbij, geen onverlichte boeien in de buurt. Ik ga lekker op het voordek zitten en geniet. Het gaat nu zo lekker dat ik besluit door te varen naar Kornwerderzand. In een van de eerdere verslagen heb ik gelezen dat je moet varen zolang er wind is en het gaat fantastisch. De wind neemt nog wat verder toe en ik loop dik 6 knopen. Heerlijk. Ik vaar achter de Uitvreter aan en daarvoor liggen nog 2 schepen. Opeens zie ik een zwak knipperlichtje vlakbij. Wat is dat, (Pep… staat niet op de kaart.) Ik realiseer me dat dit natuurlijk het werkgebied voor Hindelopen is, waar de Centrale Meldpost elk uur (slechts) zo’n 4 keer melding van maakt. Naar mijn idee zijn mijn voorgangers er ook recht doorheen gegaan en doe ik maar hetzelfde. In vliegende vaart speer ik naar Kornwerderzand. Bij de VF 7 komt het rot stukje met de onverlichte tonnen. Ik besluit wat buiten de geul te blijven en zo recht op Kornwerd aan te varen. Echt naar is het, dat er zoveel lichten zijn op de wal, dat ik erdoor verblind wordt. Vlak voor de ingang van de haven neem ik het stuur over van “Japie” de stuurautomaat. Op dat moment zie ik vlak naast me een onverlichte groene ton. Shit, dat scheelde echt maar een paar meter. Vloekend van de schrik kijk ik voor me. De “bunker”op het havenhoofd komt erg dichtbij. Omdat het inmiddels best waait en ik nog met de grote genua vaar, besluit ik overstag te gaan en eerst buiten mijn grootzeil te strijken. Dat geeft wat meer lucht om binnen te varen. Eigenlijk wil ik aan de binnenkant blijven liggen, maar in de kom zie ik, dat de sluis open staat en op mij lijkt te wachten.  Dan maar erdoor heen. Zo kan ik gelijk even bijkomen van de hectiek van het binnenvaren en stel ik het aanleggen op zeil nog even uit. Ik sluit aan in de sluis bij de X-Flow en de Avontuur. De Uitvreter zie ik niet, die blijkt aan de binnenkant te zijn blijven liggen. Ik ben best trots, dat ik als een van de eerste in Kornwerderzand lig, en dat samen met die 40 ft. X. Wel ben ik klaar voor vandaag. Door mijn bijna aanvaring met die groene ton, ben ik wat huiverig om nu door te varen naar Harlingen. Door de sluis ligt er gelukkig een bruine vloter, die er erg verlaten uitziet. Ik meer naast hem af en hoef me dus geen zorgen te maken over het tij. Als ik eenmaal lig voel ik me voldaan. Hèhè de kop is eraf. Ik loop nog even met een biertje naar Menso, die ook heeft besloten om te blijven liggen. We praten wat, maar Menso slaat het biertje af. (Hij weet natuurlijk wat ons nog te wachten staat!)

Terug aan boord, zie ik dat de brug open gaat. Drie jachten komen naar buiten. Eén van hen vaart op mij af. Het blijkt Henri te zijn. “We gaan naar Harlingen!” roept hij, “vaar je mee.” Nou nee, ik blijf nu hier. “Okee!” roept Henri en hij vaart door naar de X-Flow, waar inmiddels het licht al uit is. Een prachtig gezicht die jachten die in de donkere nacht het wad op stuiven en in het duistere havengat verdwijnen. Hmmm, toch niet meer vooraan denk ik, maar kruip lekker warm in mijn kooi.

 

Zondag 21 oktober Kornwerderzand – Harlingen – West-Terschelling

 

7:45 uur. Klop, klop, klop. De bruine vloter, waar ik naast lig blijkt niet zo verlaten als ik had gedacht. Er staat een soort “rapper” in mijn kuip, compleet met sik, capuchon en pet. Sorry, maar we willen graag gaan varen. Okee, ik ben zo weg. Buiten blijken er minstens 20 mensen in rep en roer met ontbijt, koffie en sjekkies. Ik leg de David aan de steiger en wil nog even gaan liggen. Opstaan is nooit mijn sterke kant geweest. Menso is al bezig om weg te gaan. Hij wil naar Oudeschild. Hij heeft nog drie uur de stroom mee. De afgelopen 24-uurs race, (de 11 editie voor team “pa en zoon”), hebben wij voor het eerst niet binnen de tijd uit kunnen varen omdat wij met te krap tijd het wad op zijn gegaan van Kornwerd naar Texel. Eenmaal voor Texel niet alleen de wind, maar ook de stroom tegen. Dik uur gekruist op dezelfde plek, niet te halen, kansloos. 1 mijl voor de boei T6-VH1 dus op moeten geven!! Dat wil ik niet nog een keer, dus Oudeschild wordt het voor mij niet. En voor Harlingen is er geen haast. Stroom is toch tegen. Op het moment dat ik weer naar binnen ga, komt de Uitvreter van Job door de brug.  Hij vaart wel door zodra hij mag.

Als ik om 9:40 zelf ook zeil zet, komen er nog 4 deelnemers door de brug, waaronder Jeroen met z’n Bubbels. Hij is toch doorgevaren naar Kornwerd en heeft binnen overnacht.

Met z’n vijven varen we naar Harlingen. Een boot moet tijdens het kruisen afhaken. (Volgens mij is het Paul ten Brink met z’n rode Koopmans. Jeroen, Mathtijs (Beneteau First), Rik (Etap 30) en ik varen nagenoeg gelijk om 12:10 uur Harlingen binnen. Ik leg aan naast een Dehler 39. Met 5 motorseconden. Ik moet zeggen dat het zeilend aanleggen me alles meevalt. Mijn ervaring in open bootjes doet zich hierbij gelden.

De eigenaar van de Dehler ligt te wachten op twee opstappers die met de trein aankomen. Hij  is erg geïnteresseerd in de Singlehanded. Ik zie een dromerige blik in zijn ogen; Hmmm, lekker helemaal alleen zeilen,  een paar dagen alleen weg met de boot, dat zou ik ook wel willen! Terwijl zijn kleine zoontjes druk, heen en weer over het dek stuiteren.

Met z’n vieren stappen we aan wal. Daar staat Anje Valk. Trouwe, vrouwelijke deelneemster van voorgaande jaren. Ze kon het niet laten en moest even komen kijken. Het spijt haar enorm dat ze dit jaar niet meedoet. Ik vind het leuk om haar te ontmoeten, haar verslag met de mooie tekeningen heb ik gelezen. Ze geeft ons allen een krabbeltje op ons stempelformulier. “Voor Henri” zegt ze. Op jacht naar een stempel lopen we naar het station. Daar zitten twee Arriva conducteurs. Dus stempelaars bij uitstek. Op mijn vraag of we een stempeltje mogen, is de beste man wat ontdaan, dat is enigszins in strijd met de reglementen, we hebben immers geen kaartje, maar hij geeft ons toch maar een stempeltje. Tot groot vermaak van zijn collega, die er de lol wel van inziet. Nou komen ze zeker alle veertig hè. Snel terug naar de boot. En los. Ik krijg een flinke duw van mijn (Dehler) buurman, die mij vol vuur aanmoedigt. “Succes en zet hem op he!” (Het zal me niks verbazen als hij volgend jaar van de partij is!?)

Met z’n vieren varen we kruisend de haven uit. Vooraf hebben we het nog even over de plannen gehad. Het mooiste zou zijn als we vandaag nog kunnen ankeren in de Meep en dan naar Terschelling. Mattijs en Rik zijn voornemens dat te doen, terwijl Jeroen en ik nog even de kat uit de boom kijken. Laten we eerst maar zien hoe ver we opschieten richting Vliestroom. Terwijl Mattijs voor mij een stukje geul afsnijdt en ik hem volg, voel ik hoe de kiel over de bodem schraapt en de vaart eruit gaat. Oeps, snel afvallen en zeilen strak blijkt gelukkig voldoende om niet vast te lopen. Het gaat erg traag, kruisend tegen wind en stroom in. Ook is er nauwelijks tijd om rustig te eten. Japie stuurt niet echt strak aan de wind en met al die veerboten in de nauwe vaargeul blijft het oppassen. En dan komt een enorme armada van bruine vloters ons tegemoet. Ik tel er meer dan 50. Op de marifoon hoor ik dat de Havendienst van Harlingen moeite heeft om ze allemaal een plek te wijzen. Op enig moment hoor ik een havenmeester zeggen dat er 80 schepen binnenkomen.

 

Door de Blauwe Slenk neemt de wind toe, tot NW 4/5. Ik besluit de genua te wisselen voor de high aspect. Dat werkt goed, we maken meer vaart. Het begint wat te miezeren. Het vooruitzicht om met donker en deze wind de Meep op te gaan en nog te ankeren trekt mij niet. Liever vaar ik nu naar Terschelling en morgen naar de Meep. Hoewel……haal ik het dan nog wel? Twijfels, twijfels. Ik bel Jeroen. Ook hij is voor Terschelling. Het is koud en nat en op tijd de haven in om ergens wat warms te eten is wel fijn. (Maar ja hoort “fijn” wel bij een Singlehandedtocht?)

In de Vliestroom kruis ik met een andere deelnemer die vanaf het Inschot lijkt te komen. We zwaaien naar elkaar. Ik weet niet wie het is, maar hij vaart door naar de Meep. Wat een bikkel, al op Texel geweest en nu nog door naar de Meep, terwijl het begint te schemeren. Jeroen en ik varen als eerste de slenk in. Mattijs en Rik varen wat achterop. Misschien gaan zij ook nog ankeren, maar in het Schuitengat zie ik dat zij ook naar Terschelling komen.

In de Slenk ruik ik een heerlijke lucht, die van een mistig West-Terschelling komt. Gegrild vlees vermengd met houtvuur. Ik krijg visioenen van wintersport, lekker warm in de Stube na een dag skiën. Ik moet lachen om een meeuw, die lekker uit de wind en regen achter een boei schuilt. Het beest voelt zich hier helemaal thuis en kijkt me arrogant aan.

 

Samen met de Bubbels vaar ik rond 19:15 de haven in.  Dat gaat weer uitstekend. Zonder motorgebruik leggen we aan in een vrij lege jachthaven. De laatste keer dat ik hier was, lagen de schepen 8 dik en kon je, van dek naar dek, naar de overkant.

De Dehler uit Harlingen ligt hier ook. Met een van de kleine mannen aan boord wissel ik wat complimenten uit. “Jullie kwamen mij hard voorbij.” zeg ik. “Nou ja, maar u ging ook heel hard hoor!”, verzekert de Kleine Kapitein mij.

Jeroen en ik geven elkaar op de steiger een stevige hand. We zijn tot zover best trots. We moeten om onszelf lachen als we verlangend, als een stel hongerige en verzopen zwervers bij een Bavaria 42 naar binnen kijken, waar de olielamp op tafel brandt en de schippersvrouw net een warme maaltijd opdient. Okee, snel even wat warms aan en dan de wal op.

Terwijl ik binnen op zoek ga naar wat droge kleren komt een mevrouw mij melden dat mijn toplicht nog brand. Terwijl ze verder wil lopen draait ze zich nog even om. “Prachtig hoor hoe jullie zeilend binnenkwamen en aanlegden.” Dat doet me goed, maar het verbaasd me ook. De mevrouw komt namelijk van een motorkruisertje en dat blijft toch een “andere” wereld. Ik vind het echt tof dat de mensen zo leuk, vriendelijk en behulpzaam reageren op ons Sologekken. Vooraf dacht ik dat er een hoop gemopper zou zijn met dat; de-haven-inzeilen. Dat blijkt dus onterecht.

Bij het havengebouw treffen we Idris van de Avontuur. (Idris is overigens KNRM Held op station Enkhuizen!) Hij is vannacht doorgevaren naar Harlingen en vandaar vanmorgen, met tij mee naar de Meep gevaren. Hij had geankerd en was al om 18:00 uur binnen en kon de volgende morgen op tijd buitenom naar Oudeschild. Ik baalde er even van dat ik vannacht toch niet doorgevaren was naar Harlingen. Toen twee uurtjes doorvaren hadden nu een zee van tijd opgeleverd.

Jeroen en ik gaan naar de Blauwe Walvis, op zoek naar een biefstuk. In de oude haven liggen nog wat andere Singlehanders, maar we zien niet wie het zijn. Waarschijnlijk Mattijs en Rik?

 

In de Blauwe Walvis is het warm. Heel warm. Te warm…. Het is druk en gezellig, maar de zaak beweegt en ik voel me daar niet op mijn plaats. We worden bedient door een hele mooie jonge meid, die helaas niet echt vrolijk is. Een biefstuk met friet blijkt niet mogelijk, een stempel heeft ze niet en we moeten wel een beetje opschieten want de keuken gaat om 20:30 dicht. Okee, geen biefstuk. Slechts een keur aan hippe, fusion gerechten. Nou ja dan maar een Tacoschotel en een Yellowfin Tuna, op diervriendelijke(?) wijze gevangen.  Jeroen en ik nemen een biertje en buigen ons over de stroomkaartjes en weerberichten. Om 6 uur weg, Meep, ankeren. Hopelijk om 14:00 uur door op de Vliestroom en dan naar het Inschot? Om 19:00 is het hoogwater, misschien kunnen we er om 17:00 over heen. Dan moeten we dus wel wachten tot het zover is.

We eten, drinken nog een biertje en rekenen snel af. Het lukt de mooie bedienste nog wel om apart af te rekenen zodat we onze pinbonnetjes kunnen gebruiken als “stempel”. Op de vraag: “Wie wil er eerst?”, moeten Jeroen en ik erg hard lachen….sorry Kirsti: mannenhumor. 

Snel naar de boot. Ik heb geen spijt dat ik niet nu in de Meep lig. Ik ben bekaf, drink nog een kop thee en ga slapen. Dat lukt niet erg, zal ik wel het halen?

 

Maandag 22 oktober West-Terschelling / Rondje Meep, Ankeren, / Oudeschild

 

5:30 uur gaat de wekker. Mijn god, ik wil niet. Buiten waait het best. Het is pikkedonker, nat en koud. Precies zoals Alan Reid het beschreef. Alleen heb ik nu al op de derde dag het gevoel op te moeten staan om die kolere tocht uit te moeten varen. Bij Jeroen zie ik ook al een lichtje branden. Ik probeer wat te eten, maar ben nog te moe en de crackers zijn te droog. Koffie lukt gelukkig wel. Dan maak ik alles gereed en kleed me aan. Thermohemd, Lange Thermo-onderbroek, T-shirt, T-shirt met lange mouwen, sweater, trui en zeilpak. Ik loop naar Jeroen. De motor van de Bubbels wil niet op toeren komen. We laten hem even warm worden en draaien eerst de David Dale met de kop in de wind. Dan doet de motor van Bubbels het ook weer. We zeilen om 6:00 uur de haven uit.

Het valt me tegen hoe donker het is. Ik heb een boordcomputer met een display buiten. Maar als ik op het beeldschermpje kijk zie ik twee minuten lang niks meer om mij heen. Behalve een grote gele vlek. Niet echt handig dus. Dit had ik beter van tevoren kunnen testen.

Buiten waait een dikke 5/6 en ik besluit zonder fok naar de ingang van de Slenk te varen. Dan komt het ergste, in het donker opkruisen door de Slenk. Gelukkig allemaal verlichte tonnen.  Net als ik mijn eerste slag heb gemaakt hoor ik op kanaal 2, de Koegelwieck zijn vertrek aan de Brandaris melden. Tuurlijk, ..gezellig! Ik kijk om en zie de Bubbels dapper volgen. Prettig dat Jeroen meevaart. Ik realiseer me, dat ik dit zeer waarschijnlijk alleen niet had gedaan. Dan had ik gewacht tot het licht was.

 

Ik schijn een paar keer in mijn zeil om de Koegelwieck voor de zekerheid nog maar even te laten weten dat ik hier vaar. Kan nooit kwaad nietwaar?! Maar dat gaat allemaal prima. Achter de beslagen raampjes van de veerboot zitten de Terschellingse forensen wakker te worden. Dan ben ik toch erg blij dat ik hier zeil! Ha! Werk ze jongens! Gelukkig komen er tot het einde van de Slenk nog maar twee andere veerboten langs. Krengen!

Aan het einde van de Slenk is het inmiddels licht geworden en hijs ik de high aspect. Dat blijkt met 1 rif wat teveel, dus nog een rif. Voorbij de Noorder Balgen vaar ik over stuurboord en naar mijn idee ruim binnen de geul, als een vlaagje wegzakt en de boot even rechtkomt. Knal, stuiter, stuiter!! Mijn hart schiet in mijn keel. Ik maak gebruik van de draaiende beweging die de boot door het vastlopen maakt en gooi de David overstag. Afvallen, zeilen aan. Kleng, kleng, bam, bam!! Stuiter ik weer naar het water. Pffooeeee. Ik ben me rot geschrokken. Ik controleer waar ik vaar en ben nog steeds van mening dat ik niet buiten de geul was. Klotemeep! Het blijkt nog een aardig eindje kruisen tegen wind en stroom, maar what’s new? Ik kom hier ook de Glastisant van Marc de Rooy tegen. Die vaart lekker voor de wind met de stroom mee naar Terschelling. Dan komt de volgende toer; ankeren. Ik zoek op de kaart naar een goede plek. Niet te diep, niet te ondiep. Ter plekke blijken er al een paar andere jachten te liggen. Twee ervan vertrekken als ik aankom. De Qui vive ligt er echter nog.  Jeroen gooit snel zijn anker uit en ligt in een keer vast. Ik hoop op hetzelfde, maar met de Ankerbol nog vers in mijn geheugen (Eelco!), vrees ik het ergste. Volledig onterecht, want als een rots lig ik in één keer prachtig. Dat valt me alweer enorm mee, zo voor anker op de Waddenzee.

Vreemd om door de stroming dwars op de wind te liggen. Als ik voorop sta is het net alsof we zeilen. Ik zet een kop thee en kleed me om. Ik ben door al het overstag gaan zeiknat van het zweet en dat wordt ijskoud nu ik stilzit. Ik bel nog even met Jeroen. We gaan allebei even rekenen wat we doen. Om 12 uur kunnen we hier al weg en dat is voor op schema. De keuze, via het Inschot, maar dan minimaal drie uur moeten wachten en dan nog kruisen. Of via Harlingen, wat het dan ook wordt. Om 12:00 uur ben ik weer aangekleed. Ik heb tijdens het ankeren nog even met een vriend gebeld. Het deed me goed even te praten over de ontberingen. Ik voel me prima, we zijn op tijd en halen Oudeschild zeker. Ook het vooruitzicht straks ruim van Kornwerd naar Oudeschild te kunnen stemt me blij. Wat een luxe, en dan later nog de stroom mee ook. Het kan niet op!

Het anker op is wel even bikkelen. Gelukkig heb ik handschoenen, die ik normaal eigenlijk nooit draag, en die nu heel handig blijken. Stukje bij beetje trek ik eerst de lijn binnen. Dan komt de 10 meter ketting. Ik heb naast de ketting ook een lijn aan het anker gemaakt. Daaraan haal ik nu eerst het anker binnen en dan pas de ketting. Zwaar, maar soepel. Hopsa, nu lekker ruim weg uit die klote Meep. Verderop zie ik volgens mij de Clever 23 liggen. Ik vaar een beetje op hem af. Naar mijn idee ook nu weer binnen de geul. En tuurlijk, daar gaan we weer. Weer voel ik dat ik de bodem schamp en vaart verlies. Snel opzij. Ik ben die Meep werkelijk zat. Ik zie trouwens ook geen ZM 13. Het zal heus wel aan mij liggen, maar ik zie ‘em niet?!?

Hè hè  eindelijk weer in ruimer water. Het gaat halve wind als een trein naar de Vliestroom en dan om de Griend heen. Jeroen en ik hadden al voor de route via Harlingen gekozen. Zeker nu we toch nog vrij vlot, wat schema betreft, de Meep hadden “gedaan.”

Op de Vliestroom was het weer fantastisch zeilen, wel aan de wind, maar de David liep als een trein. De catamaran van Marc komt schuin voorbij en verdwijnt richting het Inschot. Een zeiljacht loopt te dicht achter een klipper langs en blijft met de kraanlijn aan de bijboot hangen. Geen heftige schade geloof ik want na enige tijd vervolgen beide schepen hun weg. Kruisend door de Blauwe slenk kom ik de Nicky Deux tegen. Langzaam loop ik op haar in. Het is me gelukt de boot wat hoger te laten lopen, door de schootogen wat naar voren te zetten en de fok loeihard aan te trekken. Als ik vlakbij ben en we vlak voor de Pollendam zijn trekt Nicky de fok in en zet volgens mij de motor aan. Zou dit dan de eerste zijn die ik tegenkom die gestopt is?? Dat voedt ook weer een beetje mijn twijfel over of ik het nog op tijd haal. Vanavond Oudeschild, morgen Volendam, of Pampus, dat moet dan wel, anders….

Ik denk erover om vandaag nog door te varen naar Den Oever, dan moet ik het wel halen en is die druk er eindelijk een beetje af. Voorbij Harlingen wordt ik echt enthousiast. Eindelijk een lange ruk ruim varen. Japie d’rop en even kalm aan. Ik kom daar de X-Flow tegen. Wat een mooi schip Menso. Een beauty. Ik roep Menso aan, benieuwd of het naar Oudeschild gisteren nog is gelukt. Dat bleek het geval. Hij had de nacht doorgebracht op de Meep en kon nu weer naar het zoete om Volendam en Pampus te doen. Tsja. Terwijl we samen opzeilen en ik best trots ben op de David, omdat die de X-Flow een beetje bijhoudt, loopt deze vast. Ik zit nog boven de X-Flow en val dus weer af als een gek naar het midden van de geul. Dan haalt de X-Flow mij voor de 2e keer in en verdwijnt vooruit. De Bubbels ligt wat achter. Dat schip loopt echt te gek aan de wind. Maar nu, op ruimere koers loop ik weg. Bij Kornwerd zak ik af naar Waard en de Dove Balg. Super, super, super!! Ik bel Jeroen. Ook hij is door de ruime koers enthousiast geworden over Den Oever, we spreken af in Oudeschild. Om 23:00 uur is het tij goed voor Den Oever. Ik vaar nu nagenoeg alleen richting Texel. Slechts enkele vissers passeren. Ook die zwaaien nu vriendelijker dan in het hoogseizoen. De zon staat voor me, de wind komt van achter, Japie doet het werk en ik ga even liggen op het voordek, met een Bitter Lemon en een stuk chocola. Prachtig, prachtig, prachtig! Langzaam gaat de zon onder.

Hier s’nachts varen is geen probleem. Ik ben hier vaker geweest en er zijn geen nauwe geultjes en ondieptes. De wind is wat toegenomen. Ik heb op deze ruime koers beide riffen eruit gehaald. Het gaat heerlijk. Om 20:30 loop ik Oudeschild binnen. Even naar rechts, het grootzeil naar beneden en op het fokje aanleggen langs de Robbenboot. Weliswaar tegen twee autobanden, maar dat moet maar even kunnen. Ik kijk rond, het is een chaos op de boot. Straks maar opruimen. Eerst even een stempel halen. Ik ga naar Texelsuites. Als ik binnenkom ben ik behoorlijk draaierig. Gelukkig kan ik tegen de bar leunen. Ook de warmte overvalt me. Ze hebben in het restaurant geen stempel. Een kaartje is volgens hun ook goed. Zo doen ze het bij iedereen. Een paar personeelsleden zijn nog wel benieuwd naar de tocht, maar ik wil terug naar de boot. Even eten, opruimen, nog even ogen dicht?

Terug op de boot zie ik een jacht binnenkomen dat in de wind wil afmeren bij een zandschip. Met teveel vaart loopt hij erop af. Ik krom mijn tenen. Knal. Recht met de preekstoel op de bak. Shit! De schipper die nog probeerde af te houden inspecteert de schade. Ik loop er even naar toe. Het blijkt Hielco met zijn  Frodor. Ik biets een peuk bij Hielco en we praten wat. Ook hij gaat nog door naar Den Oever. Iets waar ik inmiddels een stuk minder enthousiast over ben. Ik ben bekaf, heb net zo’n 14 uur gevaren, etc.. Ook blijkt het best aardig te waaien, iets dat je voor de wind nooit zo merkt. Er staat een goede 5/6. Het vooruitzicht om straks in het donker te moeten opkruisen in het Vissersgaatje lokt mij absoluut niet. Ik ben blij dat Hielco ook gaat. Ik loop terug naar mijn boot en zet water op voor een noedelsoepje. Misschien dat ik me daarna weer wat beter voel. Er wordt op de boot geklopt en Hielco vraagt of hij een kop thee mee kan doen. Tuurlijk, gezellig. We praten wat, maar een deel gaat door de vermoeidheid langs mij heen. Ik wil even liggen. Hielco gaat dat ook nog even doen. We wisselen onze SMS nummers uit, voor het geval dat. Jeroen komt ook binnen. Ik bel hem op. Ook hij is zijn enthousiasme voor Den Oever kwijt. Hij is er klaar mee en blijft hier. Ik probeer het nog even met: eet eerst even wat en kijk hoe het straks gaat, maar eigenlijk is het wel duidelijk. De Bubbels blijft hier. Dat is een harde klap. We zijn toch een hele tijd samen opgezeild, wat erg prettig was. Maar ik wil af van die stress of ik het wel of niet ga halen. Als ik nu nog drie, vier uurtjes op mijn tanden bijt dan ben ik home free!

Ik ga liggen, voel hoe kapot ik ben en twijfel. Ik blijf zo’n drie kwartier liggen malen. Dan sta ik op. Ik ga! Ik kleed me aan en bel nog even mijn vader om te melden hoe het gaat, maar vooral voor een beetje moed. Hielco belt hij is er klaar voor hij vetrekt. Ik volg een paar minuten later. Ik zie achter mij Mattijs nog liggen, met Rik (?) naast zich. Verderop ligt de Qui vive. Ik vraag of Mattijs nog naar Den Oever gaat. “Nee, dat ben ik niet van plan.” is zijn antwoord. Nee eigenlijk ook niet echt meer het mijne denk ik.

Ik gooi los en vaar naar buiten. Dat kost me bijna twee minuten motortijd, maar kruisen in dat gaatje is geen optie. Buiten koers naar de GvS4. In de verte zie ik Hielco’s baklicht. Er staat een dikke 6 (AWS) op de teller. De high aspect is teveel. Die had ik natuurlijk in de haven al moeten wisselen. Stom! Ik zit even te dubben, heb geen zin, maar beter nu dan straks. Ik heb nu nog de ruimte. Ik besluit eerst de high aspect weg te halen. Daar op het voordek in het donker. Alleen, moe, nat, koud, voelt het als een dikke storm. Het water was pikzwart en de wind gierde. Ik denk aan een lezing van Henk de Velde over zijn avonturen in het IJs van Rusland en verklaar hem voor gek! Terug in de kuip met de high aspect. Weer naar voren met de werkfok en die erop. En weer terug naar achteren kruipen. Het water in is niet wat ik nu wil! Blij dat ik weer veilig in de kuip zit. Ik kijk op mijn GPS, die blijkt uitgevallen. Na enig morrelen aan het stekkertje start hij weer op. Ik kijk om me heen. Ik nader nu het Malzwin. Ik kijk op mijn kaartplotter met het nog steeds veel te felle scherm. Shit weer een minuut blind. Op dat moment moet ik aan mezelf erkennen dat het absoluut niet goed voelt. Doorgaan lijkt gekkenwerk. De onverlichte tonnen, kruisend door het Vissersgaatje, GPS haperend, geen kaartplotter. Ik ben kapot. Ik neem de beslissing om terug te gaan. Ik ben er klaar mee! Dan haal ik het maar niet. Terwijl ik terugvaar voel ik de warme tranen toch wel even over mijn wangen lopen. Ik voel me een loser, dat ik afhaak. Ik bel Hielco nog en spreek in op zijn Voicemail, dat ik terugga. Hij heeft kennelijk ook zijn handen vol.

Terug in Oudeschild vaar ik naar de ingang van de jachthaven en heb vanaf daar een dikke negen minuten motortijd nodig om de David aan de steiger te krijgen. Uitgeput ga ik op de steiger liggen. Verderop ligt de Bubbels, in diepe rust. Verstandige beslissing Jeroen, had ik ook moeten doen!! Ik lig daarbuiten heerlijk en blijf zeker 15 minuten liggen. Dan sleep ik me naar bed. Ik voel me klote omdat ik voor mijn gevoel heb moeten opgeven. Nu kan ik minimaal pas om 10:00 uur weg, maar eigenlijk kan het me geen barst meer schelen. Dit is gekkenwerk! Echt gekkenwerk! Ik stop ermee! Ik STOP er dus mee!! …………

Maar wat als ik nou eens morgen om 12:00 wegga? Tij mee, Den Oever, Enkuizen, Volendam. Woensdag Pampus, Lelystad. Het moet op zich nog kunnen. Eerst maar even slapen.

 

Dinsdag 23 oktober Oudeschild – Volendam

 

Ik open mijn ogen na een luxe 7 uur slaap. Buiten schijnt de zon. Enkele jachten die vannacht in de haven lagen, waaronder de Bubbels zijn al vertrokken. Toch ben ik niet de enige Singlehanded deelnemer die nog in de jachthaven ligt. De Qui vive, die eerder in de oude haven lag, ligt achter mij en voor mij ligt Koos Hulleman met de Nirwa. Tijdens het ontbijt belt Hielco mij op. Hij is heelhuids aangekomen in Den Oever, maar geeft aan dat het geen onverstandige beslissing van mij was om terug te gaan. Het was een heftige tocht geweest. Het telefoontje van Hielco geeft mij weer een beetje goede hoop. Zo stom was het dus niet dat ik ben teruggegaan. Ik eet wat en ga douchen. Echt heerlijk even zo’n break en ik heb de “tijd” omdat ik gezien het tij pas om 12:00 uur weg moet. De gedachten van gisteravond om met de tocht te stoppen zijn naar de achtergrond verdrongen. Ik ga proberen vandaag nog zo snel mogelijk Volendam te halen. Ik schat dat ik daar circa 23:00 uur vanavond kan zijn. Hetgeen afhankelijk is van het feit hoe lang ik over het traject Den Oever – Enkhuizen doe. Zal het bezeild zijn? Ik maak de boot klaar en heb nu spijt van de motorminuten die ik vannacht heb gepakt. Gelukkig krijg ik bij het wegvaren een handje van Koos en het blijft bij een paar seconden motortijd om even overstag te komen om te voorkomen dat ik de steiger ram. Buiten is het nu met daglicht een stuk “vriendelijker” dan vannacht. Ik denk terug aan de momenten van gisteravond toen ik op het voordek zat om de fok te wisselen, omringd door het pikzwarte, koude water en onverlichte tonnen. Dit is echt stukken beter!! Opkruisend in het Malzwin heb ik de stroom nog een klein beetje tegen, maar dat duurt niet lang. Eenmaal in het Vissergaatje staat de stroom lekker mee en ik maak uitgerekte slagen. Ik vaar hier nagenoeg alleen. In de verte achter mij vaart mijn vriendelijke buurman uit Oudeschild die ook besloten heeft om nog een poging richting Volendam te wagen. In eerste instantie lig ik alleen voor de sluis en vrees het ergste m.b.t. de wachttijd. Als ik de sluis oproep geeft deze echter aan dat hij zo mijn kant opkomt. Snel maar even een crackertje smeren. Terwijl ik net een keteltje water heb opgezet en met boter en crackertjes bezig ben zie ik een zeiljacht naast mij snel richting de brug varen. He? Ik kijk door het raampje en zie de brug openstaan. Als een gek ren ik naar buiten, gooi los en scheur naar de nog open brug. Pffft, dat scheelde niets, maar ik ben binnen. 10 minuten laten ben ik weer op zoet. Geen stroming meer, niet mee, maar ook niet meer TEGEN!! Haha! Enkuizen blijkt zowaar ook nog bezeild. Dat zou wel eens eerder dan 23:00 uur kunnen worden. Ik zet de zeilen, smeer mijn crackertjes af en ga lekker in het zonnetje zitten. Dit wordt een makkie. Niet meer overstag en na Enkhuizen ook nog een ruime koers naar Volendam. Ik vaar onder “Vogeleiland” door, lekker weinig golven en geniet van de momenten in bekend, thuiswater. Toch slaat door het “gemak” van de tocht nu ook de moeheid toe. Ik blijf rekenen hoe laat ik in Volendam zal aankomen, of ik nog door zal zeilen en of ik het allemaal wel haal morgen voor 14:00 uur in Lelystad. In het Krabbersgat heb ik de wind ruim achter en als een speer vaar ik langs onze thuishaven, de Compagnieshaven. Op de parkeerplaats zie ik mijn auto staan en  weer weersta ik het verlangen om in de eigen box aan te leggen en naar mijn warme huis en daarmee gepaard gaand genot te scheuren. Nee Bassie, nu gaan we door ook. Het Naviduct gaat zoals altijd soepel, hoewel ik even moet wachten op een boot in de andere kolk. De sluiswachter ziet kennelijk mijn geïrriteerde blikken, want aan mijn kant gooit hij de deuren direct open, terwijl men aan de andere kant nog even moet wachten. Binnen de wachtsteiger hijs ik het grootzeil. Ik heb inmiddels erg veel pijn aan mijn handen en het touwtrekken kost moeite. Als ik weer naar achter loop om de val door te trekken schiet deze uit de klem op de mast en zakt het zeil weer een stuk. Shit, weer naar voren en opnieuw hijsen bij de mast. In de klem en weer naar achteren. Pats, weer schiet de val uit de klem. Ik vloek hartgrondig en ga opnieuw naar de mast. Weer terug en het zeil omhoog. Nu lukt het. Ik val af. Dan open ik de klem van de val van de fok. Rats, daar komt het grootzeil weer naar beneden. Fuck, fuck, fuck, verkeerde klem!! Okee, besluit ik, dit is dus typisch een vorm van oververmoeidheid. Ik geef een luide schreeuw en als antwoord zet de sluiswachter van het Naviduct de lichten op groen. Ik kan dus zo weer terug, maar dat is niet aan de orde!!!

Als eindelijk alles staat en ik op koers richting Volendam lig, zet ik de oven aan voor een bakje lasagne. Het wordt snel donker, maar ik ga als een speer. Vol grootzeil, en een ruime 5 van achter. Ik kijk op de GPS 12 mijl naar Volendam. Dat wordt een supertijd. Op deze manier ben ik ruim voor 21:00 uur binnen. Dus kan ik om 5:00 uur alweer vertrekken. Tenzij ik meteen doorvaar. Maar na mijn avontuur van de vorige avond, besluit ik dat het goed is om rust te nemen als dat kan. Bovendien, of ik nu langer doorvaar, of dat ik morgen een langer stuk moet maakt voor de tijd niet echt uit. En volgens de Centrale Meldpost blijft het voorlopig nog wel waaien. Het wordt toch nog een heftige tocht. Ik loop als de brandweer en moet flink sturen om de boot van de golfjes surfend op koers te houden. Japie trekt dit niet. Met een hand en been aan het roer en de andere om mijn bakje lasagne geklemd eet ik wat. Onderweg loop ik in het donker nog een jachtje voorbij. Ongetwijfeld een deelnemer, maar hij is te ver weg. Ik heb geluk FC Volendam speelt, dus heel Volendam staat in het licht. Het gevolg; ik zie niets als ik vanaf de MN1GZ2 de haven aanloop. Zonder tonnen te raken kom ik echter binnen. Het is 20:30 uur. Ik ben blij dat ik er ben en ga dus ook niet meer doorvaren. Bovendien wacht mij een, zelfuitgelokte, verrassing in Volendam. Ik woon in Purmerend en had mijn lieve vriendin gebeld of ze even een knuffeltje komt geven. En dat wilde ze gelukkig wel!! Als ik de boot met veel moeite heb vastgelegd achter de lage dijk, komt ze aangelopen. Dat is echt heel fijn!! Ik omhels haar innig. Kordaat stapt Kirsti de boot in, gaat opruimen en afwassen en zet een kop thee! Ga jij maar even stempelen zegt ze. Gewillig loop ik weg. Echt fijn om haar even te zien. In de shoarma bar word ik uitgelachen als ik om een stempel vraag. Hmm kennelijk zijn hier al eerder mensen geweest. In hotel Spaander om de hoek hebben ze wel een mooie stempel en zijn ze erg bereid om te “helpen”.  Ik krijg zelfs een biertje aangeboden, dat ik echter afsla. Ik sta te draaien in het drukke hotel. Zelfs de tien mensen die er zijn, zijn me teveel. Bovendien wil ik terug naar Kirsti. Toch doet het me wederom goed om de reactie van mensen te zien. Ze zijn erg vriendelijk, hulpvaardig en hebben een zekere mate van bewondering, wat mij even een heldhaftig gevoel geeft. Bij de boot staat Gerrit Mensink van de Malzwin verbaasd bij de David Dale naar binnen te kijken. Naar het elfje dat daar staat af te wassen. Ik vertel hem dat Kirsti slechts even op bezoek is, maar volgens mij blijft hij mij ervan verdenken dat ik haar al drie dagen op mijn boot heb verstopt!! Helaas is dat niet het geval!

Eenmaal binnen is er van het heldhaftige gevoel weinig meer over. Ik trek mijn natte zooi uit, doe wat warms aan en geniet van de thee van Kirsti. Ik ben echter nog veel te hyper en kan bijna niet stilzitten. Terwijl ik van de hak op de tak tegen Kirsti ratel, probeer ik alvast wat voorbereidingen te treffen voor het vertrek van de volgende ochtend. Kirsti die weinig van mijn verhaal kan maken blijft echter rustig luisteren. De strekking van het verhaal is, dat ik het een zware tocht vind en veel heb meegemaakt. Om 22:00 uur gaat Kirsti naar huis. Het kost mij toch wel de enige moeite om niet met haar mee te gaan. Maar ik kan mezelf inhouden. Nog een nachtje slapen, Pampus ronden en dan naar Lelystad. Minstens 27 mijl, waarvan een groot deel tegen de Noordoosten wind in en dan nog de sluis. Zal ik het nog halen??

 

Woensdag 24 oktober Volendam – Lelystad

 

Om 4:10 word ik wakker net voor de wekker afgaat. Ik smeer een crackertje en drink koffie, terwijl ik op de kaart kijk. Ik bepaal mijn koers door het laatste “mijnenveld”, nog 2 onverlichte geultjes kruisen. De laatste keer deze tocht in het donker varen. Buiten is er weinig veranderd, de wind is misschien iets minder maar toch nog stevig uit het noordoosten. Ik steek 1 rif en laat de fok erop. Gerrit van de Malzwin komt even gedag zeggen. Ook hij gaat voor de laatste spurt naar Lelystad. Met de sluis erbij zal het nog krap worden. Ik hijs mijn zeilen en gooi los. Een gijpje en zo de haven uit. Volendam is een makkelijke haven die ik nog goed ken. Met mijn vriendjes ging ik vroeger regelmatig vanuit Monnickendam met onze Mirror Dinghies naar Volendam om een palinkje te halen.  Maar hoewel ik het water daar goed ken, blijft het voorbij varen van de onverlichte tonnen een spannende aangelegenheid. Het is goed bezeild naar de kop van de dijk en dan naar ’t Paard. Onderweg er naar toe vaar ik Gerrit voorbij. Ik roep hem nog een aanmoediging toe die hij beantwoordt. Voorbij het Paard blijf ik richting de P2 varen. Onderweg zie ik nog een ander zeiljacht, dat met zijn schijnwerper schijnt, ongetwijfeld een deelnemer. Hij is al onderweg naar Lelystad. Ik knipper terug in mijn zeil. Het is donker, maar mooi en het vaart heerlijk op deze ruime koers. Ook het feit dat vandaag de laatste dag is, stemt mij blij. Het eind is in zicht en ik heb dringend behoefte aan rust. Toch blijven de zenuwen; zal ik het halen?!Vooralsnog vlot het enorm richting Pampus. Ik besluit Pampus aan Bakboord te ronden en dan aan de wind richting Flevoland de eerste slag te maken. Zo blijf ik onder de kust en hoop wat minder last van golven te hebben. Terwijl ik om Pampus heen zeil en de zeilen aantrek bal ik mijn vuist slaak ik een luide kreet. Yeah!!! De laatste opdracht zit erop. Lelystad here we come!! Ik kruis de geul zonder problemen via de verlichte IJM15. Het vaart prima zo. De windmeter geeft af en toe 6 AWS aan en we varen bijna 6 knopen aan de wind.

De volgende slag is richting het Paard, soms zelfs er voorbij. Wauw, dat ga ik makkelijk halen denk ik. Maar de volgende slagen wordt het licht en zie ik Lelystad nog absoluut niet liggen. Ook zakt de wind wat in. Shit, nou moet ik eigenlijk de fok wisselen. Ik had gehoopt dat nog een zeilwissel niet nodig was. Ik kijk op mijn  horloge, naar de kaart en naar de windmeter. Tja ik moet wisselen. Dan komt er weer een vlaagje. Nog even wachten dan. Maar als ik het Paard nog steeds goed in beeld heb en zojuist pas heel in de verte een streepje van de Zendmast heb ontwaard, ontstaat een lichte paniek. Dat is nog een heel eind!! En de sluis…. Het is nu al 9:30 uur.. Ik boor mijn laatste energie aan en wissel de fok voor de high aspect. Gelukkig loont de inspanning meteen en maken we weer een goede snelheid. Dan wie schetst mijn verbazing: Uit een klein haventje in de dijk komt een witte boot gezeild. Het is niet waar denk ik. Maar het is wel waar en het is de Bubbels. Dat vind ik echt tof. Ik had Jeroen na Oudeschild nog geprobeerd te bellen maar zijn telefoon stond uit. Ik wist dus zelfs niet eens zeker of hij nog wel door was gegaan. Maar daar kwam de stoere Bubbels dus hoog aan de wind aangezeild. We kruisten elkaar van te ver weg om goed te kunnen zien, maar toch zwaaide ik uitbundig. Jeroen verdween in een lange slag naar het Noorden terwijl ik langs de dijk verder kruiste. Toen zag ik verkenningston OvD, (of zou het BvK zijn?) ik twijfelde. Nee het was toch de OvD. In de verte zag ik al de eerst rood/groene tonnen van de geul naar Lelystad. Op dat moment realiseer ik mij dat ik ga finishen. Even staar ik voor mij uit. Een meeuw die vlak naast me in de lucht hangt kijkt mij aan. “We gaan het halen roep ik!!” Toch overvalt me een leeg gevoel. Ik ben blij dat het gedaan is, maar ik ben al bijna 5 dagen alleen maar aan het zeilen geweest. Bezig geweest met: ga ik het wel halen? En straks ben ik er. En wat dan? Tsja.

Dan gaat het allemaal heel vlot. Ik besluit de ingang voor kleine vaartuigen te nemen, gezien de hoeveelheid beroepsvaart. De Bubbels zie ik inmiddels achter mij aankomen. Ik strijk de fok en vaar alleen op het grootzeil in de luwte van de Batavia naar de wachtsteiger, waar ik aanleg. Het is 11:30 uur. Ruim op tijd!! Ik roep de sluis op, die meldt dat we zo meekunnen in de stuurboordsluis. Ik stap op de aanlegsteiger en zwaai naar Jeroen, die aan komt zeilen. Duimen omhoog, dansje op het dek. We praten uitgelaten over onze belevenissen sinds Oudeschild. Hij is om 19:00 uur op aanraden van Henri doorgevaren om Pampus te ronden en heeft de nacht voor anker in een haventje doorgebracht. Goed om zo samen te kunnen finishen. Hoewel, het is inmiddels al ruim 12:00 uur en nog geen beweging bij de sluis. Ik roep hen nogmaals op via de marifoon. Ja er is storing met de sluisdeur aan de stuurboordzijde. U kunt zo in de Bakboordsluis. Okee, bedankt. Maar schiet wel een beetje op denk ik erachter aan. We besluiten vast los te gooien en naar de sluis te varen. Dan gaat de sluisdeur open en de brug omhoog. Een enorme Belgische beurtvaarder komt uit de sluis en begint direct met zijn neus onze kant op te draaien. “Ehh. joah, die komp dieze kant op. Als gij geluisterd had. Dat hei de sluiswachter gezegd.” roepen twee Belgen vanaf de kant. Ze gaan de auto aan boord hijsen. Het schip laat ons weinig ruimte en omslachtig manoeuvrerend varen we erlangs. Om te zien dat de brug weer dichtgaat. Wat is dit. Hoewel het nu 12:20 uur is, begint de spanning weer toe te nemen. Het zal toch niet zo zijn dat je door zo’n sluis nog de finish mist. Gelukkig niet. De brug gaat weer open en we gaan de sluis in. Eenmaal in de sluis is het nog weer wachten op een of andere logge en trage beurtbak. En dan kunnen we, Yiha! 1,5 cm omhoog!!! Of omlaag, who cares?! Ik moet me inhouden om niet alvast de zeilen te hijsen in de sluis, maar Henri had dat tijdens de briefing afgeraden herinnerde ik mij. Even inhouden dus. Oef om 12:31 door de sluis. Zeil omhoog en het laatste stukje. Op de marifoon hoor ik opeens het zeiljacht de Malzwin de sluis aanroepen. Onvoorstelbaar dat die het nog gered heeft denk ik. Ik had hem na Pampus uit het oog verloren. Ik hoop dat hij meer geluk heeft dan wij voor de sluis. Voor de haven zie ik al enkele andere deelnemers varen, onderweg naar huis waarschijnlijk. Zouden ze het gehaald hebben? Voor de haven tref ik Menso weer. Ook tof om hem weer te zien, met zijn fantastische X-Flow. We zwaaien en hij neemt een paar foto’s. Bij de haven laat ik de high aspect zakken. Ik vaar op het grootzeil nog even door en wacht op de Bubbels, (die nog even z’n schoot heftig in de knoop had.) Nu dan ook echt samen over de finish. Op de kant staat een welkomstcomité, Pa en Ma, met hun duimen omhoog. Ze hebben enorm meegeleefd en zijn blij dat ik weer heel terug ben. Of dat hun boot weer heel terug is. Of allebei natuurlijk. Ik vaar de haven in en zit er nog zo in dat ik (hoewel het niet meer hoeft toch?!) zeilend aanleg met 2 motorsecondjes remmen. Het is over. Het zit erop!!

Ik zeg mijn ouders gedag en enkele andere deelnemers. Nu moet ik nog dat verdomde logboek bijwerken. Ik heb besloten om niet voor de Brijlepel te gaan. Voor mij is het meer dan voldoende dat ik mijn eerste Singlehanded tot een goed einde heb gebracht. Bovendien ben ik op momenten het logboek nogal spuugzat geweest. Ook ontbrak het mij door 4 dagen kruisen simpelweg aan de tijd om te schrijven, (of behoorlijk te eten, of foto’s te nemen, lekker muziekje te luisteren, of….) Voor mij is het gouden plaatje dit jaar genoeg!! Ik heb enorm veel geleerd. Over de boot, over mezelf. Het was echt een fantastische ervaring. En hoewel ik onderweg diverse “Henk de Velde” momentjes heb gekend (en dan bedoel ik zijn mindere.) En ik nog niet voornemens ben om Kirsti gedag te zeggen en solo de Noordpassage te nemen, heb ik nu stiekem eigenlijk alweer een beetje zin in volgend jaar.

 

Henri enorm bedankt! Je enthousiasme is verkwikkend. Het was voor mij dus de eerste keer, en het was een mooi avontuur!!

Alle andere deelnemers ook bedankt, de sfeer onderling was super!

Bubbels bedankt! Het was gezellig!

 

Bas Bijker

 

(Ps bas@bijker.nu)