Singlehanded 2008   Glatisant

De weerberichten vooraf geven zicht op een winderige maandag. Dat is leuk, want ik wil meer slecht weer ervaring opdoen met de Glatisant. Tegelijk is het nogal een waaibak, die bij manoeuvreren in sluizen en havens makkelijk schade oploopt. Gemengde gevoelens dus. Vooraf bedenk ik dat ik zo snel mogelijk de Wadden op (en af) wil.

 

Zaterdag

Na het ophalen van de envelop zaterdag, lig ik even te pielen buiten de haven om het zeil omhoog te krijgen. Toch onhandig om ‘m niet even met de motor in de wind te kunnen leggen. Tegen de tijd dat ik eindelijk onder zeil ben, is het gros van de deelnemers al weg. Iemand (X-flow?) vraagt of ik ook naar Lemmer ga, maar ik heb de opdracht nog niet gelezen. Lemmer past in ieder geval niet in ‘zo snel mogelijk naar het Wad’. Medemblik is maar een klein stukje om, dus eerst daarheen.

Door af te steken over het Enkhuizerzand kan ik veel mensen inlopen. Onderweg genieten van de mooie luchten.

 

Bij Medemblik kan ik de acties van drie voorgangers bekijken voor ik zelf bij de haven ben. Ze hebben een mooie vissersboot vrij gelaten, dus zonder veel motoren leg ik aan. Het is lekker dicht bij de havenopening, maar blijkt een heel eind van een brievenbus te zijn. Stempel is wel snel geregeld. Als ik weg wil gaan even wachten op een gaatje tussen alle in- en uitvarende singlehanders. Daarna rustig naar Den Oever, stuurautomaat aan, en koken maar. Gebraden lam; beetje ruime keuken heeft voordelen. Ook weer: mooie luchten!

Gaandeweg wordt het donker, en opeens realiseer ik me dat ik al over 5 minuten Den Oever aan ga lopen, en nog niets heb voorbereid. In sneltreinvaart stootwillen en landvasten ophangen, kraanlijn klaar, motor naar beneden, en net op tijd de zeilen naar beneden. Oeps.

 

Bij Den Oever is de keuze: blijven liggen of doorgaan. Altijd weer even slikken, na het rustmoment van de sluis een donkere stromende geul induiken. Nu heb ik wel stroom tegen, maar morgenochtend kan ik dan mooi voorstrooms richting Meep en Vlieland. Er is wind genoeg, het is nog niet laat (20u40), dus doorgaan kan prima. Alternatief is nu slapen en morgenochtend om 4 uur op. Doorgaan dus.

 

Het is bijna allemaal bezeild. Ik steek af over de Bollen. De Hoogtevrees is ook doorgegaan, en komt achter me aan de Bollen over. Om 23u15 leg ik vast aan een grote binnenvaarder in Oudeschild. De kroegen blijken allemaal te sluiten, maar men wil nog wel een kassabon uitdraaien. Helaas niet het bier leveren dat erop staat. 


Zondag

Om 6u30 gaat de wekker; ik mag om 7u15 weg. De zon komt langzaam op. Achter me schuiven nog drie schepen de haven uit; twee singlehanders onder zeil en een charterbak op de motor. Ik loop een eind op ze uit. Max op de Hoogtevrees steekt echter weer een mooi stuk af, en komt bij de Paardenhoek weer in de buurt. Als ik weer uit begin te lopen hijst hij een gennaker, zodat we ongeveer gelijk aan komen bij de ankerplek bij de Meep. Onderweg komt de Uitvreter ons nog tegemoet op de Noord Meep.

 

 

NOM 17

Vlak voor het ankeren verzin ik dat er nog even een rif in het grootzeil moet, waardoor het toch weer erg haasten wordt om alles op tijd naar beneden en in de grond te krijgen. Het ligt lekker ondiep (2 meter), zodat er niet veel ketting overboord hoeft.

Twee uur hobbelen later, en met een beetje katterig gevoel van een half uur ‘slapen’ mag het zeil weer omhoog. Tegen het einde van het ankeren begin ik ‘m wel een beetje te knijpen over de waterdiepte. Het voordeel van weinig ketting te hoeven steken kon ook omslaan in een laagwater droogvallen…

Het waait inmiddels lekker door. Een paar weken geleden zeilde ik met 6Bf het IJsselmeer over, en toen was me tegengevallen hoe de boot overstag gaat met veel golfslag. Twee golven en de vaart is eruit, zodat draaien lastig wordt. Na een aantal slagen krijg ik het redelijk onder de knie: roer voor deinzend schip, even achteruitsteken, en vanuit nul weer beginnen. Erg plezierig is dat we voorstroom bij de Meep aankwamen, en nu ook weer voorstroom eruit kunnen.

 

Het mooiste stuk van de dag komt in het Stortemelk; dikke deining vanuit zee, maar het gehots is over, en we glijden over de golven. Zwaar kicken, en ik vraag me een moment af of ik door zal gaan naar Noorwegen.

Vlieland in kost me veel motortijd, maar ik ben blij dat ik niet heb geprobeerd het geultje op zeil te doen. Is toch wel erg smal, er staat veel stroom, en de Glatisant is echt zes meter tien breed. Ik moet mezelf vaak toespreken dat een catamaran echt andere kwaliteiten heeft dan een Vega. Alles op zeil doen is er duidelijk geen.

 

Maandag

Om 8u15, bij het eerste licht, gooi ik los. Twee reven in het grootzeil en één in de fok zou voldoende moeten zijn voor de 6 à 7 Bf die men verwacht. Vooral snel wegwezen hier, want in de loop van de ochtend gaat het alleen maar harder waaien. Ik benijd de mensen niet die nog moeten ankeren.

Buiten de haven gaat het voor de wind en even later ruime en halve wind. Blazen!!! Het log tikt 12.7 knoop aan in het Stortemelk. Daarna voelt het als varen in een wasmachine. Het zoute water spoelt constant in m’n ogen, en maken mijn blik op de omgeving wazig. Ik heb de luiken gesloten om geen water binnen te krijgen, wat als nadeel heeft dat ik niet op de kaart kan kijken. De eerste kardinaal (west) is natuurlijk de scheidingston naar de West-Meep. Daarna kom ik nog een oost-kardinaal tegen; wat doet die hier? Op tijd bedenk ik me dat dat mijn afslag naar het Inschot is. Daar neemt het wasmachinegevoel niet af. Aan de westkant van de geul is het wat luwer, maar de oostkant hotsebotst erop los. Al dat gegolf kost me veel snelheid. Liever het vlakke water.

Bij het wantij haal ik de zwaarden volledig op, en schuif er zwaar verlijerend zonder de grond te raken overheen. Daarna weer even een stukje ruime wind, en de snelheid naar 11.5 knoop.

Om half een leg ik tamelijk moe aan bij Kornwerd. Eindelijk tijd om wat te eten.

 

Het IJsselmeer klotst en is tamelijk saai. Bij Workum komt een hele sliert bruine vloot uit de haven; strontrace, beurtveer en visserijdagen. Ook ooit verzonnen door Reid.

Als de wind in begint te zakken, haal ik bij Stavoren de een rif uit de fok en het grootzeil. Meteen begint het natuurlijk weer wat harder te waaien.

Ik steek af over het Vrouwenzand, en probeer het geultje van de kaart te vinden. Eerst een stukje 2,5 meter, en daarna tot mijn verbazing minimaal 3,5 meter diepgang tussen de ondiepe banken. Je moet ’t even weten, maar dan kun je dus ook met meer diepgang over het Vrouwenzand (misschien wel het telefoonnummer van de KNRM bij de hand houden).

Vlak voor ik Lemmer binnenloop zie ik Edwin met de Wavedancer wegzeilen. Welke route zou hij gevaren hebben?

Om zeven uur precies maak ik vast in Lemmer. Het was weer een leerzame dag.

 

Dinsdag

Ik lig aan een hoger walletje, het is zeven uur, begin licht te worden, en ik mag weg. Zeilen omhoog, even puzzelen op hoe het losgooien plaats zal grijpen. Dan maak ik de fout om (staand op de steiger) eerst de voorlijn los te gooien, en met de achterlijn vaart te willen maken. De boot draait af, en is in enkele seconden te ver om nog op te springen. Ik maak een duik naar een kikker op de steiger om de lus van de achterlijn omheen te gooien, maar mis ‘m op 20 centimeter.

Daar gaat ‘ie

 

De korte tocht eindigt op de keien van de dijk. Later zie ik op het log dat de maximumsnelheid 6 knoop was.

 

Daarmee eindigt ook mijn singlehanded 2008.