De weerberichten vooraf
geven zicht op een winderige maandag. Dat is leuk, want ik wil meer slecht weer
ervaring opdoen met de Glatisant. Tegelijk is het nogal een waaibak, die bij
manoeuvreren in sluizen en havens makkelijk schade
oploopt. Gemengde gevoelens dus. Vooraf bedenk ik dat ik zo snel mogelijk de
Wadden op (en af) wil.
Na het ophalen van de envelop zaterdag, lig ik
even te pielen buiten de haven om het zeil omhoog te krijgen. Toch onhandig om ‘m
niet even met de motor in de wind te kunnen leggen. Tegen de tijd dat ik
eindelijk onder zeil ben, is het gros van de deelnemers al weg. Iemand
(X-flow?) vraagt of ik ook naar Lemmer ga, maar ik heb de opdracht nog niet
gelezen. Lemmer past in ieder geval niet in ‘zo snel mogelijk naar het Wad’.
Medemblik is maar een klein stukje om, dus eerst daarheen.
Door af te steken over
het Enkhuizerzand kan ik veel mensen inlopen. Onderweg genieten van de mooie
luchten.
Bij Medemblik kan ik de acties van drie voorgangers
bekijken voor ik zelf bij de haven ben. Ze hebben een mooie vissersboot vrij
gelaten, dus zonder veel motoren leg ik aan. Het is lekker dicht bij de
havenopening, maar blijkt een heel eind van een brievenbus te zijn. Stempel is
wel snel geregeld. Als ik weg wil gaan even wachten op een gaatje tussen alle
in- en uitvarende singlehanders. Daarna rustig naar Den Oever, stuurautomaat
aan, en koken maar. Gebraden lam; beetje ruime keuken heeft
voordelen. Ook weer: mooie luchten!
Gaandeweg wordt het donker,
en opeens realiseer ik me dat ik al over 5 minuten Den Oever aan ga lopen, en
nog niets heb voorbereid. In sneltreinvaart stootwillen en
landvasten ophangen, kraanlijn klaar, motor naar beneden, en net op tijd de
zeilen naar beneden. Oeps.
Bij Den Oever is de
keuze: blijven liggen of doorgaan. Altijd weer even slikken, na het rustmoment
van de sluis een donkere stromende geul induiken. Nu heb ik wel stroom tegen,
maar morgenochtend kan ik dan mooi voorstrooms richting Meep en Vlieland. Er is
wind genoeg, het is nog niet laat (20u40), dus doorgaan kan prima. Alternatief
is nu slapen en morgenochtend om 4 uur op. Doorgaan dus.
Het is bijna allemaal
bezeild. Ik steek af over de Bollen. De Hoogtevrees is ook doorgegaan, en komt
achter me aan de Bollen over. Om 23u15 leg ik vast aan een grote binnenvaarder
in Oudeschild. De kroegen blijken allemaal te sluiten, maar men wil nog wel een
kassabon uitdraaien. Helaas niet het bier leveren dat erop staat.
Zondag
Om 6u30 gaat de wekker; ik mag om 7u15 weg. De zon
komt langzaam op. Achter me schuiven nog drie schepen de haven uit; twee
singlehanders onder zeil en een charterbak op de motor. Ik loop een eind op ze
uit. Max op de Hoogtevrees steekt echter weer een mooi stuk af, en komt bij de
Paardenhoek weer in de buurt. Als ik weer uit begin te lopen hijst hij een
gennaker, zodat we ongeveer gelijk aan komen bij de ankerplek bij de Meep.
Onderweg komt de Uitvreter ons nog tegemoet op de Noord Meep.
NOM 17
Vlak voor het ankeren
verzin ik dat er nog even een rif in het grootzeil moet, waardoor het toch weer
erg haasten wordt om alles op tijd naar beneden en in de grond te krijgen. Het
ligt lekker ondiep (2 meter), zodat er niet veel ketting overboord hoeft.
Twee uur hobbelen later,
en met een beetje katterig gevoel van een half uur ‘slapen’ mag het zeil weer
omhoog. Tegen het einde van het ankeren begin ik ‘m wel een beetje te knijpen
over de waterdiepte. Het voordeel van weinig ketting te hoeven steken kon ook
omslaan in een laagwater droogvallen…
Het waait inmiddels lekker door. Een paar weken geleden zeilde ik met
6Bf het IJsselmeer over, en toen was me tegengevallen
hoe de boot overstag gaat met veel golfslag. Twee golven en de vaart is eruit, zodat draaien lastig wordt. Na een aantal slagen
krijg ik het redelijk onder de knie: roer voor deinzend schip, even
achteruitsteken, en vanuit nul weer beginnen. Erg plezierig is dat we
voorstroom bij de Meep aankwamen, en nu ook weer voorstroom eruit kunnen.
Het mooiste stuk van de dag komt in het
Stortemelk; dikke deining vanuit zee, maar het gehots is over, en we glijden
over de golven. Zwaar kicken, en ik vraag me een moment af of ik door zal gaan
naar Noorwegen.
Vlieland in kost me veel
motortijd, maar ik ben blij dat ik niet heb geprobeerd het geultje op zeil te
doen. Is toch wel erg smal, er staat veel stroom, en de Glatisant is echt zes
meter tien breed. Ik moet mezelf vaak toespreken dat een catamaran echt andere
kwaliteiten heeft dan een Vega. Alles op zeil doen is er duidelijk geen.
Om 8u15, bij het eerste
licht, gooi ik los. Twee reven in het grootzeil en één in de fok zou voldoende
moeten zijn voor de 6 à 7 Bf die men verwacht. Vooral snel wegwezen hier, want
in de loop van de ochtend gaat het alleen maar harder waaien. Ik benijd de
mensen niet die nog moeten ankeren.
Buiten de haven gaat het
voor de wind en even later ruime en halve wind. Blazen!!!
Het log tikt 12.7 knoop aan in het Stortemelk. Daarna voelt het als varen in
een wasmachine. Het zoute water spoelt constant in m’n ogen, en maken mijn blik
op de omgeving wazig. Ik heb de luiken gesloten om geen water binnen te
krijgen, wat als nadeel heeft dat ik niet op de kaart kan kijken. De eerste
kardinaal (west) is natuurlijk de scheidingston naar de West-Meep. Daarna kom
ik nog een oost-kardinaal tegen; wat doet die hier? Op tijd bedenk ik me dat
dat mijn afslag naar het Inschot is. Daar neemt het wasmachinegevoel niet af.
Aan de westkant van de geul is het wat luwer, maar de oostkant hotsebotst erop
los. Al dat gegolf kost me veel snelheid. Liever het vlakke water.
Bij het wantij haal ik de
zwaarden volledig op, en schuif er zwaar verlijerend zonder de grond te raken
overheen. Daarna weer even een stukje ruime wind, en de snelheid naar 11.5
knoop.
Om half een leg ik
tamelijk moe aan bij Kornwerd. Eindelijk tijd om wat te eten.
Het IJsselmeer klotst en is tamelijk saai. Bij
Workum komt een hele sliert bruine vloot uit de haven; strontrace, beurtveer en
visserijdagen. Ook ooit verzonnen door Reid.
Als de wind in begint te zakken,
haal ik bij Stavoren de een rif uit de fok en het grootzeil. Meteen begint het
natuurlijk weer wat harder te waaien.
Ik steek af over het
Vrouwenzand, en probeer het geultje van de kaart te vinden. Eerst een stukje
2,5 meter, en daarna tot mijn verbazing minimaal 3,5 meter diepgang tussen de
ondiepe banken. Je moet ’t even weten, maar dan kun je
dus ook met meer diepgang over het Vrouwenzand (misschien wel het
telefoonnummer van de KNRM bij de hand houden).
Vlak voor ik Lemmer
binnenloop zie ik Edwin met de Wavedancer wegzeilen. Welke route zou hij
gevaren hebben?
Om zeven uur precies maak
ik vast in Lemmer. Het was weer een leerzame dag.
Ik lig aan een hoger
walletje, het is zeven uur, begin licht te worden, en ik mag weg. Zeilen omhoog,
even puzzelen op hoe het losgooien plaats zal grijpen. Dan maak ik de fout om
(staand op de steiger) eerst de voorlijn los te gooien, en met de achterlijn
vaart te willen maken. De boot draait af, en is in enkele seconden te ver om
nog op te springen. Ik maak een duik naar een kikker op de steiger om de lus
van de achterlijn omheen te gooien, maar mis ‘m op 20 centimeter.
Daar gaat ‘ie…
De korte tocht eindigt op
de keien van de dijk. Later zie ik op het log dat de maximumsnelheid 6 knoop
was.
Daarmee eindigt ook mijn
singlehanded 2008.